Vliegveld Ockenburg

Widerstandsnest 2aH (WN 2aH)

De Duitsers vorderden na de Nederlandse capitulatie in mei 1940 het terrein van het Gemeentelijk Kampeerterrein Kijkduin en was ook derhalve niet voor de burgerbevolking toegankelijk. Dit gebied, aan de west- en noordwestzijde van het schijnvliegveld en ten zuiden van Kijkduin, werd door de Duitsers in oktober 1943 aangeduid als "Maifeld". De aanleg van dit bunkercomplex begon zeer waarschijnlijk gelijktijdig met de aanleg van het naastgelegen schijnvliegveld en duurde tot ongeveer 1944. Op het terrein werden door de Duitsers diverse veranderingen uitgevoerd. Zo werden in 1943 op last van de Duitsers het portiersgebouwtje alsmede de toiletopstallen op het voormalige kampeerterrein afgebroken en werd een tankgracht aangelegd.

Nadat het schijnvliegveld buiten gebruik was gesteld werd het bunkercomplex door de Duitsers
in 1944 aangeduid als Widerstandsnest 2aH. Het bunkercomplex was rondom beveiligd door middel van een Flächendrahthindernis. Dit was een veldversterking dat uit rollen prikkeldraad en struikeldraden bestond. Elk deel was 120 meter lang met 5 rijen van 6,30 meter breedte en bestond uit 1750 palen, 100 rollen normaal draad en 300 rollen prikkeldraad. Door de aanleg van de Atlantikwall werd het complex nog is extra beveiligd met een tankgracht en het mijnenveld "Gimpel". Ongeveer 250 meter ten zuiden van de hoek Duinlaan/Hoek van Hollandlaan begon de tankgracht waarbij haaks op het begin een 120 meter lange betonnen tankmuur richting de kust liep. Deze 5,5 kilometer lange tankgracht liep vervolgens zigzaggend door Den Haag om een snelle opmars van de Geallieerden te verhinderen. Nabij het begin van de tankgracht stond het pompgebouw die aan het mijnenveld "Ermo" grensde.

De Baufortschrittskarte van 25 maart 1945 vermeld, naast het Widerstandsnest 2H, ook het Widerstandsnest 2aH met Baupunkt 02b. Op het Widerstandsnest was een ST-bunker van het type 674, Kleinstunterstand für Munition, gepland. De reden waarom deze bunker met de nummering 0209/674 nooit gebouwd is, is niet bekend. Er werden op het bunkercomplex uiteindelijk 8 bouwwerken aangelegd namelijk een Pompenhaus (pompgebouw), een Verpflegungsbunker (provisiebergplaats), een Zisterne (ingegraven waterreservoir met hier een capaciteit van 2100 liter), een Wohnbaracke (woonbarak), een Schaltbunker (schakelbunker), een Pumpe (pomp), een Machinensatz (generator om stroom op te wekken) en een Unterkunft (onderkomen). In de barak verbleven de manschappen die werkzaam waren op dit bunkercomplex. De barak was vermoedelijk voorzien van camouflagenetten wat erop duidt dat juist dit bouwwerk niet uit de lucht moest worden waargenomen. Ook was er een veilig onderkomen gebouwd en werd aangeduid als Luftschutzbunker. De bunker kon, in het geval van een luchtaanval, de manschappen een veilig onderkomen bieden want bij een vijandelijke luchtaanval op de barak zouden de verliezen onder de manschappen te groot zijn. Het verzet meldde op 17 maart 1945 in een rapport dat de bunker 2 ingangen had. De bediening van zowel de lichten als het nepvliegtuig op het schijnvliegveld vond plaats vanuit een bunker, welke na de buitengebruikstelling van het schijnvliegveld werd gebruikt als een telefoonpost voor de Duitse militaire telefoonlijnen. Vanuit deze bunker was ook het complete schijnvliegveld te overzien. De Machinensatz was dus een generator om stroom op te wekken, vermoedelijk voor de kabellier alsmede voor het nepvliegtuig. Ter verdediging van het complex lagen er 3 machinegeweeropstellingen (waarvan 1 bij de Schaltbunker) en 1 lichte machinegeweeropstelling tegen landdoelen. Om 's nachts de vijandelijke vliegtuigen te kunnen volgen stond een schijnwerper opgesteld.

In het complex werden in de loop van de oorlog 2 x 6 stuks rakethouders en 13 stuks rakethouders opgesteld, zo blijkt uit een kaart van Gemeentewerken. Volgens een verzetsrapport van 17 maart 1945 stonden in de richting van de Laan van Meerdervoort 12 rijen (elk van 4, dus hier in totaal 48) raketwerpers opgesteld. Anderen waren richting de gemeente Monster opgesteld. De ontstekers van deze raketwerpers lagen in een nabijgelegen bunker terwijl in een andere bunker 4 tot 5 artilleristen waren ondergebracht maar waren op dat tijdstip naar het landgoed Meer en Bos overgeplaatst. Een rek bestond uit 4 raketten waarvan er dus 12 richting de Laan van Meerdervoort stonden opgesteld. Ook in 2 inlichtingenrapporten, gedateerd 26 maart 1945 en 5 april 1945, van de Binnenlandse Strijdkrachten (BS) wordt gemeld dat er 12 batterijen van 4 mijnenwerpers opgesteld staan, met schootsveld landinwaarts gericht en dat de vuurleiding van deze mijnenwerpers in een nabijgegelegen bunker was gevestigd. Waarschijnlijk ging het hier om de zogenaamde Wurfkorper waarbij de raketten in stellingen van 4 vanaf een Schweres Wurfgerat werden gelanceerd.

Kampfanweisung
Het Widerstandsnest lag dan wel in de Freie Küste Scheveningen-Hoek van Holland, het werd wel opgenomen in de Kampfanweisung für die Festung Hoek van Holland. Voor iedere Festung werd een Kampfanweisung für die Festung opgesteld.
In de "Kampfaufträge der Stützpunkte und Widerstandsnester" worden de gevechtsopdrachten per Widerstandsnest aangegeven, waaronder Widerstandsnester die zich in het Festungsvorfeld van de Festung Hoek van Holland bevonden. De gevechtsopdracht van het Widerstandsnest 2aH luidde: "Sicherung des Maifeld-Geländes gegen Luftlandetruppen". In dezelfde Kampfanweisung wordt vermeld dat de handvuurwapens uit 8 geweren, 1 pistool, 1 machinepistool, 2 lichtpistolen en 200 handgranaten bestonden.

Luftnachrichtenstellung
In het complex lag ten noorden van de Luftschutzbunker en tegen de dijk een woonbunker van een voormalige Luftnachrichtenstellung, een verbindingsdienst van de Luftwaffe. Een Luftnachrichtenstellung was een breed begrip en kon meerdere functies hebben. Ze kon worden aangetroffen bij de radarstellingen maar ook andere stellingen werden door Luftnachrichten-troepen bezet, zoals Flugwachen, Flughorch, Flugpeil en Flugsicherung en de diverse Funkstelle.

Bureau Registratie Verdedigingswerken
Na de oorlog werd het Bureau Registratie Verdedigingswerken (BRV) opgericht. Dit bureau hield zich bezig met het inventariseren, het opmeten en het tekenen van alle Duitse bunkers in Nederland. Ook de administratieve ondersteuning van het proces van de vergunningverlening voor sloop of hergebruik behoorde tot de werkzaamheden van het BRV. In elke gemeente werden de Duitse stellingen met een letter gecodeerd, waarbij elke bunker in een stelling een uniek nummer kreeg. Van dit complex is alleen de Schaltbunker met precisie door het BRV in 1949 opgenomen en uitgetekend. Hieruit is op te maken dat de bunker een lengte heeft van 7,5 meter, een breedte van 5,4 meter en een hoogte van 2,7 meter. De buitenmuren en het dak bestaan uit 0,6 meter dik gewapend beton. Het BRV registreerde dit bouwwerk als "bergplaats munitie", vermoedelijk omdat in die periode springstoffen in de bunker lagen opgeslagen.

Overblijfselen
Na de bevrijding werden de aanwezige bunkers (met uitzondering van de Schaltbunker) opgeruimd. De overgebleven bunker werd vanaf 1946 tot eind 1969 gebruikt voor de opslag van springstoffen en is, zij het ondergewerkt, tot vandaag de dag nog aanwezig.

This site was last modified on 25/07/2017 at 16:37. (c) Vliegveld-Ockenburg 2001-2017