Vliegveld Ockenburg

'Je dacht dat die vliegtuigen verdwaald waren'
door Annemiek Ruygrok
uit: "Leidsch Dagblad"

"In de vroege morgen van 10 mei 1940, werden we wakker van het geluid van vliegtuigen. Ik ben meteen naar buiten gerend. Er waren al een hoop mensen op straat. Niemand wilde geloven dat het oorlog was. Je dacht dat het een oefening was of dat die vliegtuigen de weg kwijt waren". H.J. Plasman uit Wassenaar woonde in het begin van de oorlog in de buurt van de Haagse Laan van Meerdervoort, vlakbij vliegveld Ockenburg. Zeventien jaar was hij toen en hij zat op de hbs.

"Opeens werd er geschoten. Luchtafweergeschut. Toen begrepen we wel dat het menens was. In Den Haag werden we nog bijzonder verrast door de inzet van parachutisten".

"Daar stond je dan buiten. Ter plaatse werd er niet geschoten. Je hoorde ze wel knallen, maar je was je van geen gevaar bewust". Het hulpvliegveld Ockenburg werd 'bewaakt' door honderd recruten die het met lichte, verouderde mitrailleurs moesten stellen. "Tussen half vijf en vijf uur 's ochtends was de aanval door Duitse jachtvliegtuigen op Ockenburg begonnen. Na vijven werden er transportvliegtuigen met Duitse troepen aangevoerd en om zeven uur was het vliegveld door de Duitsers ingenomen".

Om negen uur 's ochtends, Plasman liep nog steeds op straat, kwam er een Nederlandse patrouiile aan. "Dat vergeet ik nooit. Het ging om een  sergeant met een man of tien". Hé joh, weet jij waar het vliegveld is?" vroeg hij me. "Hebt u geen kaart?" was mijn wedervraag. Die bleek hij wel te hebben, maar die was zo slecht. Die kaart ging maar tot het einde van de Laan van Meerdervoort. Op een kilometer voor het vliegveld hield hij op. Ik vroeg hem of ik mee moest lopen. "Ja, graag" was het antwoord. Ik ben toen meegegaan naar Ockenburg. We hebben er ongeveer een uur over gedaan". De patrouille had wat geweren bij zich, maar die gevechtsuitrusting stelde niet veel voor. "We naderden het vliegveld. Daar werd veel geschoten en ik moet zeggen, die kerel was erg flink. Zelf ben ik in een greppel gaan liggen. Ik was wel een beetje bang, maar die Duitsers schoten niet veel terug". Na ongeveer een uur had de sergeant wel in de gaten dat het vliegveld niet te heroveren was. "Kom, we gaan terug", was het commando en de jonge Plasman liep weer met het troepje mee naar het park Meer en Bos, op een kilometertje van het vliegveld. "Inmiddels waren daar ook wat troepen gearriveerd. Het bleek dat die de tegenaanval moesten inzetten. De sergeant van de patrouille, die inmiddels immers de weg wist, ging als een soort verkenner voorop". Plasman, voorzien van naïveteit van een jongeman die het gevaar van de oorlog niet kent, liep opnieuw 'onopvallend' mee. Tegen één uur 's middags werd de tegenaanval ondernomen. "Ik ben aan de rand blijven liggen, terwijl zij het gevecht aangingen. Op een goed moment werden Duitsers verdreven naar het landgoed Ockenburg, dat richting Monster lag. Ook daar werd nog een aanval ondernomen. Het vliegveld Ockenburg was inmiddels op de Duitsers heroverd".

Plasman ziet de gebeurtenis van toen, nu als een mooi avontuur. Dank zij hem wist de patrouille in elk geval het vliegveld waar het om ging te vinden. Na de oorlog is Plasman zelf het leger ingegaan. Dat dit voorval iets met die keuze te maken zou hebben, is volgens hem niet het geval. "Mijn vader was beroepsmilitair. Dus het lag een beetje in de rede dat ik ook die kant zou uitgaan. Ik voelde me na de oorlog verplicht om de Jappen uit Indië te verjagen. Maar toen ik daar kwam, ruim drie jaar later, waren ze natuurlijk al weg".

De bevrijding vieren? Nee, die vieren wij niet, de oorlog herdenken wel. Er zijn in die tijd veel vrienden van me gesneuveld. Ook in Indië. Herdenken is zeker nodig. Maar vieren? Is het nu zoveel anders, zoveel beter geworden dan waarvoor we toen vochten?".

 

This site was last modified on 15/01/2018 at 22:27. (c) Vliegveld-Ockenburg 2001-2017