Vliegveld Ockenburg

De Derde Batterij In Gevecht
door W.A.H.C. Boellaard
uit: "De angst voor lafheid"

Vrijdag 10 mei
Na een dapper gevecht boven Honselersdijk, waarbij twee vijandelijke vliegtuigen neergeschoten werden, kwam om 4.40 uur een Nederlands vliegtuig brandend naar beneden. Vlieger 2e Lt. H.W. Guyt wist zich met zijn parachute te redden en kwam ongedeerd neer tussen de kassen achter de veiling. Waarnemer 1e Lt. J. Vonk stortte zonder parachute naar beneden. Ik vond hem aan het eind van de Gantellaan in een veldje, bewees hem de laatste eer en identificeerde hem, met bijstand van de Lt. Van loon, in het batterijbureau. Wij wisten dat de oorlog begonnen was, zadelden de paarden op, spanden de stukken aan en wachtten op bevelen. Met moeite kon ik een van de mannen er van weerhouden met de mitrailleur op de laagvliegende Junckers te vuren. Er was officieel nog niets over oorlog bekend en ik had weinig lust een noodlottig neutraliteitsincident op mijn naam te krijgen of ontijdig onze concentratieplaats vóór het in stelling komen bloot te geven. Ons regiment werd op telefonisch bevel van de Commandant 1e Divisie als afdeling van rechtstreekse steun ter beschikking gesteld van de Commandant Regiment Grenadiers. Deze gaf opdracht om te vuren op het vliegveld Ockenburgh. Hier waren in de vroege morgen een groot aantal Duitse transportvliegtuigen met luchtinfanterie geland, die de kleine bezetting had overvallen, deels gevangen genomen, deels gedood, en het vliegveld had bezet. Hun sterkte werd steeds aangevuld met parachutetroepen, die zich onmiddellijk ingroeven en met hun mitrailleurs en repeteergeweren spoedig over een zodanige vuurkracht beschikten, dat een artilleriebeschieting vooraf moest gaan aan de aanval der Grenadiers. De vijand had zich ingegraven in de ons bekende bosrand en zandafgraving hij de Zwarteweg naar Ockenburgh. met het front naar Loosduinen. Hier hadden zij reeds een korte, heftige aanval te verduren gehad van een vlot gecommandeerde groep PAG (Pantser Afweer Geschut). Teneinde het vuur zo snel mogelijk te kunnen openen, besloten wij dicht bij het kantonnement Poeldijk stelling te zoeken. Deze stelling werd gevonden achter het Patronaatsgebouw in de weide Helderman, en de opmars in draf over de open weg geschiedde ongehinderd. Er werden drie batterijen van elk zeven stukken 7 cm. veldgeschut opgesteld. Om 8.00 uur stond de afdeling tot vuren gereed, op ca. twee meter in de rug gedekt door een houtrand en een sloot, in de rand waarvan spoedig de commandoposten van batterij-officieren en sectie-commandanten werden gegraven. Lt. Feith leidde als waarnemer vanaf de Watertoren te Monster op moedige en deskundige wijze het vuur, met behulp van twee U(ltra) K(orte) G(olf)-groepen, die uitstekend werkten. Eerst werd de rechterbatterij ingeschoten, waarna enige minuten uitwerkingsvuur werd gegeven op de op het vliegveld staande vliegtuigen en troepen: daarna midden- en linkerbatterij, waarna 2 x 3 minuten uitwerkingsvuur met de gehele afdeling werd uitgebracht. Hierna werd om 9.45 uur gemeld, dat geen gevechtswaardige vliegtuigen op het vliegveld aanwezig waren en dat dit nu geheel ongeschikt was voor verdere landingen. Dertien vliegtuigen waren deels verbrand en deels kapot geschoten. Veel doden op het veld, de overigen gevlucht in de bossen van Ockenburgh. Dit bericht werd in de batterij met gejuich van de kanonniers ontvangen. Inmiddels was door het vuren onze afdeling ontdekt door vijandelijke vliegtuigen en weldra hadden wij een aanval te verduren Ongelooflijk snel doken zij van ca. 1500 meter tot 20 à 30 meter boven de batterijen. Drie achter elkaar vliegende jagers gaven zwaar mitrailleurvuur. Alles dekte zich in de slootrand, achter knotwilgen of onder caissons. Bundels kogels voelde en hoorde men links en rechts van zich inslaan in de grond, in de bomen en in de glazen broeikassen. Hulde aan onze mitraillisten die zonder dekking dapper doorvuurden! Bij navraag wonder boven wonder geen gewonden of gesneuvelden, evenmin bij de beredenen, opgesteld hij de boerderij Helderman en in de straten van Poeldijk, waar de kogels vonken uit de straatstenen sloegen. Het is onnodig te zeggen dat na deze aanval de schuilplaatsen extra uitgegraven en verbeterd werden. De batterij had de vuurdoop ondergaan en allen zonder uitzondering waren blij met de goede afloop, kalm en vastbesloten door snel en zuiver vuren de successen van die morgen voort te zetten. Hierna werd doorgevuurd, telkens als de Lt.-waarnemer landingspogingen verwachtte van laagvliegende Junckers, beurtelings door een der batterijen op een open plek van het vliegveld. Daarna werd merkpunt geschoten op een der hoeken van het vliegveld en de gegevens aangetekend. Vele vijandelijke vliegtuigen zagen wij neerstorten, getroffen door het welgerichte vuur van ons luchtdoelgeschut. Van de weinige Engelse vliegtuigen die ons te hulp waren gekomen, stortte er een, na een luchtgevecht, met een geweldige slag neer, ca. 800 meter achter onze afdeling. Aangezien de vijand zijn landingspogingen op Ockenburgh opgegeven had en onze stelling ontdekt was, zodat een vracht bommen was te verwachten, werd bevel gegeven na zonsondergang van stelling te veranderen. Het verplaatsen geschiedde in de diepste duisternis, onder het geraas van bombardementen en het gebrom van vliegtuigen die munitie en levensmiddelen voor de ingesloten parachutisten en luchtinfanterie op Ockenburgh trachtten neer te laten. Ook thans werkte de luchtafweer uitstekend. Op 800 à 1000 meter afstand hoorden we een zwaar gebrom, zoeklichten, daarna van twee kanten luchtdoelmitrailleurs met lichtspoormunitie - kleine, snel vooruitschietende lichtende blokjes -, een vlam, een dreunende slag en daarop een geweldige vlam: een groot transportvliegtuig was neergeschoten! De nachtelijke tocht langs de Leiweg over Wateringen naar Den Haag zal niemand vergeten. Ons vermoeden, dat links en rechts van de weg Duitse parachutisten lagen werd later door verhalen van krijgsgevangenen bevestigd. Wij reden door het duister, de verbindingsafdeling voorop met de karabijn over liet stuur, daarna de officieren te paard met getrokken pistool, ieder ogenblik verwachtend aangevallen te worden. Op de Leiweg liepen wij naast de paarden, om de slaap te verdrijven en meer dekking te hebben tegen eventuele scherven of kogels, soms in het gele, heldere licht van de langbrandende lichtkogels, dan weer in het duister, met aan de horizon de felle gloed van de branden in Hoek van Holland, Waalhaven en Delft.

Zaterdag 11 mei
In Den Haag aangekomen, werden de vuurmonden voorlopig in stelling gebracht op het open IJsclubterrein aan de Sportlaan. Aangezien de vijand zijn landingspogingen op Ockenburgh opgegeven had en onze stelling ontdekt was, zodat een vracht bommen was te verwachten, werd bevel gegeven na zonsondergang van stelling te veranderen. Het verplaatsen geschiedde in de diepste duisternis, onder het geraas van bombardementen en het gebrom van vliegtuigen die vervolgens, na een korte rust in het paviljoen, werd de batterij hij het aanbreken van de dag verplaatst naar het Quick-voetbal veld, een uitstekende stelling tussen de struiken, met al spoedig de nodige schuilloopgraven achter de vuurmonden. De commandopost van de Batterij Commandant werd gevestigd in de boerderij Groen en Hout. Paarden met de beredenen vonden onder de bomen aan de Conradkade een plaats. De Ie Afdeling gaf nu rechtstreekse steun aan liet 1e Bataljon Regiment Grenadiers. Vijandelijke vliegtuigen bleven, als gevolg van de grote verliezen op de eerste dag, aanmerkelijk hoger, zodat ondanks enig uitwerkingsvuren onze stelling niet ontdekt werd.

Zondag 12 mei
1e Pinksterdag
De batterij om 3 uur gealarmeerd. Na het opgaan van de zon was klokgelui voor Pinksteren te horen. Ik meende de 1e Pinksterdag niet te mogen negeren. Ik verminderde de bezetting per vuurmond tijdelijk tot 3 man hetgeen voor een geroutineerde bemanning voldoende was om zonodig snel vuur uit te brengen en verzamelde ± 20 man om me heen. Voor deze groep las ik het Pinksterverhaal uit Handelingen 2, gevolgd door een kort gebed voor Koningin en Vaderland. Per buitgemaakte motorfiets bezocht ik de beredenen die op de Kranenburgerweg waakten bij de paarden die, vastgebonden aan de bomen, deze in snel tempo rondom afkloven en zo tot een voortijdig levenseinde brachten. Ook bij de beredenen las ik Handelingen 2 voor en ook daar was er veel aandacht. Door de spanningen en het voortdurende wachtlopen, deden zich bij velen vermoeidheidsverschijnselen voor, zodat die dag door vele kanonniers geslapen werd in de lentezon. Het IJsclubterrein werd voortdurend door onze mitraillisten bewaakt om landingen van vliegtuigen of parachutisten in de rug van onze batterij te verhinderen. Hiertoe werd ook een buitgemaakte mitrailleur gebruikt. Op onze rechtervleugel vuurde onophoudelijk een batterij luchtafweergeschut op overvliegende vliegtuigen, soms met succes.

Maandag 13 mei
2e Pinksterdag
Batterij om 3.30 uur gealarmeerd. Om 8.00 uur opdracht ontvangen de batterij te decentraliseren en te verdelen over enige straten met front naar Loosduinen, ter bestrijding van eventueel doorgebroken pantsereenheden. De rechtersectie kwam op de laan van Meerdervoort, achter door de burgerij opgeworpen barricades, het 3e stuk in het plantsoen van de De Savornin Lohmanlaan en het linkerstuk in de Appelstraat. Inmiddels had de jacht van de burgerij op het verraad een grote omvang aangenomen. Allen moesten zich legitimeren en herhaaldelijk werden verdachten met geweld van wapens opgebracht. Om 18.00 uur kwamen de voorwagens voor, en met grote spoed reden wij via Loosduinen naar het tussen de duinenrij en de Watertoren van Monster gelegen terrein. In een soort dijk plaatsten wij de stukken niet onderlinge tussenruimten van ca. 150 meter en een vrij schootsveld van 800 tot 1000 meter vooruit, over een door vorige beschietingen zwart geblakerd veld, waarover een aanval van pantserwagens met een breed front verwacht kon worden. Tegen het vallen van de duisternis was men klaar met maskeren, munitie klaarleggen en het opzetten van de tenten in de bosrand. De Grenadiers groeven zich in tussen onze opstellingsplaatsen en brachten de nacht door onder zeiltjes in de openlucht. In verband met deze gevaarlijke opdracht was de bezetting zo klein mogelijk gehouden. Er was geen Verbindingsafdeling (ieder stuk zou immers zelfstandig optreden), geen commandogroep, er waren geen beredenen. Deze waren allen achtergebleven in de Bosjes van Pex en zetten daar hun vermoeiende wacht- en patrouilledienst voort.

Dinsdag 14 mei
Batterij om 3.15 uur gealarmeerd. Stroken waarin gevuurd zou moeten worden en de hoofdrichting voor alle stukken afzonderlijk uitgezet. Ik zat in mijn waarnemingspost in de Watertoren van Monster. Een langzaam naar het zuiden varend oorlogsschip wordt waargenomen. Plotseling vier mondingsvlammen van een bakboordbatterij. Het gedreun van zwaar artillerievuur. Het gieren van de projectielen over ons heen: de lichte kruiser heeft het vuur geopend en schiet in onze richting. De eerste inslagen zijn ver plus, doch weldra vallen de schoten in het voorterrein. Dan een voltreffer door het dak van de toren, vlak boven het waterreservoir. Wij dalen onder stromend water snel de trappen af want er wordt blijkbaar op onze waarnemingspost ingeschoten. Bij het verlaten van de toren slaat een tweede voltreffer 4 meter boven ons hoofd in de muur in, een geweldige ravage aanrichtend, maar niemand werd getroffen. Ook in de batterij, waar wij elkaar gelukwensen met de goede afloop, geen gewonden of gesneuvelden. Bij het bezien van de scherven, waarop '4,7 inch' staat, bleek dat wij onder vuur geweest zijn van een Engelse lichte kruiser. Naar ons later werd medegedeeld zou het de artilleriekruiser Calcutta geweest zijn, gecommandeerd door Mountbatten, die later hij Kreta ten onder is gegaan. Gaarne hadden wij in die dagen andere levenstekenen van onze bondgenoten gehad dan deze. De inmiddels aangekomen verbindingsafdeling werd weer teruggezonden. 's Morgens om ca 9.00 uur was een halve compagnie plotseling naar Kijkduin vertrokken, aangezien aldaar vijandelijke troepen geland zouden zijn. Op dit alarm, dat later vals bleek te zijn, werd de in de Bosjes van Pex achtergebleven afdeling eveneens gealarmeerd. Die dag bleef het verder rustig totdat berichten van de brand van Rotterdam tot ons doordruppelden. Om omstreeks 18.00 uur kwam het ontstellende bericht van de capitulatie van de Vesting Holland en daarmede van de Nederlandse Weermacht. Ik wil de ontroerende momenten, die hierop volgden, niet beschrijven. Evenmin wil ik de droeve handelingen beschrijven, die verbonden waren aan het inleveren van de wapens, die wij met ere gedragen hadden. Het inleveren van zijn paard aan de vijand was smadelijk. Wij weten, dat het Nederlandse leger niet te slap was om door te vechten, doch op grond van een wijs besluit van de Opperbevelhebber de wapens neergelegd heeft, om de burgerbevolking voor verdere vernietiging te sparen. Dat de korte strijd niet zinloos is geweest mag blijken uit de hierna volgende conclusies.


Hitlers eerste nederlaag
Wanneer wij de balans opmaken van de eerste oorlogsdagen is de conclusie gerechtvaardigd dat door ons aan de vijand grote tegenslagen zijn toegebracht, die hun uitwerking op het verloop van de oorlog niet gemist hebben: De mislukking om Koningin en Regering in een snelle actie gevangen te nemen. Na de capitulatie op dinsdag 14 mei gaf Goering het harde oordeel: Het verlies in Holland van een zo groot percentage van de luchtvloot en van zorgvuldig opgeleide bemanningen en deskundige commandanten was zo hard aangekomen dat het de voornaamste rede was dat de landing op Engeland werd afgelast. Aan deze twee belangrijke zaken is weinig aandacht gegeven. Ten eerste omdat dankbaarheid niet in de Engelse aard ligt. Ten tweede omdat de adembenemende opmars door Frankrijk al na anderhalve maand op 22 juni 1940 besloten werd met een militair en politiek bezien zó belangrijke capitulatie, dat er begrijpelijk voor 'onze 5 dagen' in de historie geen aandacht over was.

This site was last modified on 15/01/2018 at 22:27. (c) Vliegveld-Ockenburg 2001-2017