Vliegveld Ockenburg

Handley Page Hampden AE265

Op 26 augustus 1941 om 05:55 maakte een Engelse bommenwerper een buiklanding op het vliegveld. Het betrof hier de Handley Page Hampden AE265 van het 144 Squadron van de Royal Air Force die de avond ervoor, 25 augustus, om 20:15 was opgestegen van North Luffenham voor een missie naar Mannheim. Terugkerend van Mannheim en onzeker van hun exacte positie, moest de bemanning door een gebrek aan brandstof een noodlanding maken. De latere luchtvaartschilder Dirk van Rijn was een ooggetuige van deze noodlanding. Van Rijn was op dat moment bij een tante aan de Thorbeckelaan. In de vroege ochtend hoorde hij een vliegtuig met een motorstoring overkomen en was vervolgens naar buiten gegaan. Op dat moment heeft hij waar kunnen nemen dat de Hampden een buiklanding op Ockenburg maakte. Ook heeft hij gezien dat de bemanning gevangen genomen en afgevoerd werd.

De noodlanding van de Handley Page Hampden AE265 werd om 06:30 aan de Luchtbeschermingsdienst gemeld. Er werd gerapporteerd:
"Opperwachtmeester Kok van het bureau Willem III straat Loosduinen meldt dat een Engelsch vliegtuig een noodlanding heeft gemaakt op het vliegveld Ockenburgh. De bemanning bestaande uit 4 personen is door de Duitsche weermacht gevangen genomen". De Officier van Diensten van de Rijksinspectie, kapitein De Zwart, werd vervolgens in kennis gesteld over deze noodlanding. Om 05:45 werd door de uitkijkpost van sector III van de Luchtbeschermingsdienst in de Rooms-Katholieke Kerk aan de Emmastraat in Loosduinen gerapporteerd dat op een onbekend vliegtuig boven Loosduinen met lichtspoormunitie werd geschoten; vermoedelijk gaat het hier om hetzelfde toestel. Om 07:13 werd door de Chef Rijksinspectie aan de Luchtbeschermingsdienst gevraagd of de melding omtrent het landen van een Engels vliegtuig op Ockenburg doorgegeven was aan de Ortskommandantur. Bij onderzoek bleek dat dit gedaan was door de Officier van Dienst van de Ordnungspolizei.
De gehele bemanning ging er vanuit dat ze boven East Anglia vlogen en waren dus om 05:55 op een geschikte landingsstrip veilig geland.

Voor de bemanning moet het een opluchting zijn geweest dat het toestel veilig geland was maar die weer snel in een ware ontzetting moet zijn omgeslagen. De bemanningsleden van het toestel waren immers veilig op een vliegveld geland echter in een bezet Nederland waarbij ze krijgsgevangen werden gemaakt. In een overzicht "Im Luftgaubereich abgeschossene und abgesturzte Feindflugzeuge in der Zeit vom 22.8.41 - 31.8.31" van het Luftgau Kommando Holland in Amsterdam wordt deze landing als volgt gerapporteerd: 26.8.41 1 Hampden, Notlandung, 4 Mann gefangen. 05,55 Uhr. In een Lagebericht wordt gerapporteerd: 26.8. 1941 1 Hampden auf Flugplatz Den Haag notgelandet. 4 Gefangene. Het toestel werd na de landing ondersteund door een airbag en een krik onder de vleugel wat er op wijst dat er sprake was van een storing aan het onderstel. Het toestel werd daarna door de Duitsers naar Beutepark 5, Nanterre (Parijs) gevlogen waar het werd gestript en opgeslagen.

De Handley Page Hampden bestond uit een viertal bemanningsleden: Pilot officer I.G.S. Pringle, Sergeant J.R. Blake, Sergeant J. Erskine en Sergeant S.C. Brown. Na de noodlanding werden zij naar verschillende krijgsgevangenenkampen voor voornamelijk gevangengenomen Geallieerde vliegeniers overgebracht. Pringle kwam terecht in Stalag Luft III Sagan, Blake kwam terecht in Stalag Luft VI Heydekrug en Erskin met Brown in Stalag 357 Kopernikus. Opvallend is dat de Duitsers 'Flugplatz Den Haag' als landingslocatie aangeven en ook de Engelsen pas later dachten dat ze op Ypenburg waren geland. Waarschijnlijk wilden de Duitsers hiermee voorkomen dat Ockenburg als schijnvliegveld bekend zou worden. Mogelijk is de bemanning na de noodlanding naar Ypenburg afgevoerd en is dat als locatie van de landing genoteerd.

This site was last modified on 11/11/2017 at 22:44. (c) Vliegveld-Ockenburg 2001-2017