Vliegveld Ockenburg

Geestelijke verzorging

De godsdienstige en zedelijke verzorging van ons leger was tijdens meidagen 1940 goed geregeld en de aalmoezeniers hebben met zorg en toewijding de geestelijke belangen van zijn soldaten behartigd. De reserve-veldprediker Ds. J. Bavinck en de hulpaalmoezenier pater M.G. van Veghel hebben tijdens de strijd op en om het hulpvliegveld Ockenburg geestelijke bijstand verleend. Bavinck werd geboren op 18 augustus 1903 in Rotterdam. Hij studeerde theologie in Amsterdam (VU) en werd in 1929 gereformeerd predikant in Gramsbergen. Daarna stond hij te Haren (1946) tot zijn emeritaat in 1968. In 1939 en 1940 was hij ook actief als legerpredikant. Van Veghel werd in maart 1937 benoemd tot hulpaalmoezenier voor de tijd van oorlog bij het leger te velde. De aalmoezenier verbleef in ieder geval in de pastorie naast de Katholieke Kerk in Loosduinen, vlakbij het hulpvliegveld.

Op 10 mei om ongeveer 04:00 uur schrok de hulpaalmoezenier wakker door de bomexplosies, het afweergeschut en het motorgeronk. Een paar soldaten stonden op straat en staarden de blauwe lucht in de richting van het hulpvliegveld.De hulpaalmoezenier spoedde zich naar de pastorie om zich definitief klaar te maken voor de strijd. Op zijn kamer deed hij zijn overjas aan, nam in zijn zak de Heilige Olie, Crucifix en het "vademecum pil sacerdotis", deed daarna de Rode Kruis-band om zijn arm, deed het gasmasker over de schouder en zette zijn helm op. In zijn aktetas werden nog brevier, brood, postpapier, toiletbenodigdheden en dergelijkheden meegenomen. Het was toen al circa 04:30 en reeds werden de eerste gewonden per auto naar het achter de Katholieke Kerk gelegen kantonnementshospitaal
in het zusterklooster gebracht. Dit hulplazaret was met spoed door het Rode Kruis-personeel onder leiding van dokter Hupkes en ook de hulp van de Herwaarde Zusters in gereedheid gebracht om vele gewonden te kunnen opnemen. De zwaargewonden die stervende waren of wiens toestand uiterst kritiek was, bleven in de lazaret, als ook de lichtgewonden, die daar ter afdoende konden verbonden worden. Alle anderen werden voorlopig geholpen en daarna overgebracht naar ziekenhuizen in Den Haag. De hulpaalmoezenier hielp direct met het binnendragen van deze personen, gaf hun absolutie en Heilige Olie en bad samen met hen, onverschillig of zij katholiek waren of protestant. Terwijl hij zo bezig was met deze jonge mannen, waarvan er verscheidene doodbloedden aan hun heup- en buikwonden en hun doorschoten borst, kwam er in de verbandplaats het bericht binnen dat er gewonden en stervenden in de Kijkduinschestraat lagen.

Samen met de dokter Hupkes begaf de hulpaalmoezenier zich zonder aarzelen op weg, fietsend naar de Kijkduinschestraat en op weg naar de plaats van de strijd. De menigte nieuwsgierigen, die hier enkele uren geleden nog stonden te kijken naar wat daar op honderden meters afstand, boven het vliegveld, gebeurde, was geheel verdwenen. De straten in de omtrek boden een troosteloze aanblik. De ruiten liggen op straat en de huizen tonen sporen van verwoesting. Heel alleen reden de dokter en de hulpaalmoezenier de Tramstraat in, terwijl van het vliegveld Ockenburg voor hen zware, zwarte rookwolken opstegen en ook van alle kanten het knallen van karabijnen, het ratelen van mitrailleurs en het bonzen van mortieren en van de stukken 6-veld weerklonk.

Midden op de Kijkduinschestraat stond de 6-veld en van de andere kant schoten de Duitse soldaten. Bij de dokter en de aalmoezenier floten de kogels om de oren; ze moesten dekking zoeken in de portieken van de huizen. De commandant van P.A.G. zei dat het niet te doen was om er door te gaan. Het was onmogelijk om maar een voet in de Kijkduinschestraat te zetten en zat er dus, na even te hebben gewacht, niets anders op dan terug te keren naar de verbandplaats. Ondertussen waren de kapelaan Meereboer en Ds. Wieringa, beiden uit Loosduinen, hem ter hulp gekomen en stonden de gewonden en de stervenden bij. De veldprediker Bavinck liet ook niet lang meer op zich wachten. Dan bereikt hun het nieuws dat Duitse soldaten langs een omweg door het landgoed Ockenburg het dorp Loosduinen is binnengedrongen en de garage van de Westlandsche Stoomtramweg Maatschappij (WSM) hadden bezet, nog geen 150 tot 200 meter van de verbandplaats. Hierop volgte vanuit de commandopost direct het bevel de verbandplaats te ontruimen en alles en iedereen over te brengen naar een schoolgebouw aan de Mient 275 in Den Haag. In dit gebouw was een gedeelte van III-Bataljon Grenadiers ingekwartierd geweest voordat het maand ervoor naar Ypenburg was vergetrokken ter bewaking van dit vliegveld.

Nadat intussen het hupvliegveld door een 1e Bataljon Grenadiers heroverd was benutte de hulpaalmoezenier van deze ontstane situatie en begaf hij zich naar het terrein van de strijd. Een ontzettend toneel wachtte hem daar. Zowel bij de ingang van het vliegveld als langs het Zwarte Weggetje lagen Duitse soldaten en hier en daar lag een Nederlandse soldaat tussen hen in. Maar ook onder andere een politieagent, die als een van de eerste was neergeschoten, lag met de fiets nog tussen de verstijfde benen. De Nederlandse soldaten hadden zich in een huisje langs het Zwarte Weggetje verschanst en in dit met kogelgaten doorzeefde houten huisje lagen, onder de bewaking van een Nederlandse officier, de Duitse gewonden bijeen, die inmiddels door hun eigen doktoren werden verzorgd. Langs het gehele hulpvliegveld hielden de Nederlandse soldaten wacht. De hulpaalmoezenier ging hen nog één voor één langs en bad met hen, gaf hun de absolutie en hoorde, in korte, gestamelde brokstukken hun verhaal aan, hun dank, dat zij nog in leven waren. Terwijl hij zo langs het Zwarte Weggetje bezig was, kwam men hem halen met een motor.
Op het hulpvliegveld zelf, bij de barakken lagen soldaten te sterven. Diep weggedoken in het zijspan ving hij deze korte, lugubere doodrit aan. Doden langs de weg, langs de Kijkduinschestraat, auto's waren in de sloot opzij geworpen of gereden, uitgebrande toestellen lagen op het hulpvliegveld waarvan hij er 21 Duitse telde en daartussen door de Nederlandse, die kennelijk startklaar hadden gestaan en deels nog de hoezen om de cockpit droegen. In en om de barakken kon hij het Heilig Oliesel toedienen en kon hij ook de protestanten op de dood voorbereiden door met hen het Onze Vader te bidden. Weer terug bij de gewonden heeft hij 5 lichtgewonde Duitse soldaten naar Den Haag gebracht. Andermaal terug op het hulpvliegveld heeft hij de hospitaalsoldaten geholpen met het inladen van de gewonden in gereedstaande auto's en met het hun vervoer naar Den Haag. De hulpaalmoezenier nam zijn intrek in de school aan de Mient waarin de Staf van het Regiment Grenadiers zijn intrek genomen had.

Op 11 mei trok men er in alle vroegte op uit naar Kijkduin en Ockenburg maar er was niets nieuws, een doodse verlatenheid alom. Overal werden baricaden opgeworpen en werd zelfs met stelligheid beweerd dat de Duitsers inmiddels op de begraafplaats Oud Eik en Duinen waren doorgedrongen. Langs een omweg ging men naar de commandopost om instructies en inlichtingen. Onder leiding van de doktoren was men bezig alles in gereedheid te brengen voor een spoedig vertrek maar zover is het dus niet gekomen, de toestand liet zich ernstiger aanzien dan hij in feite was. Een dag later bezocht men onder andere het hulpvliegveld Ockenburg waar de Rode Kruis-soldaten bezig waren de stoffelijke overschotten van het vliegveld te halen. In de commandopost teruggekeerd kon er aandacht worden besteed aan de zenuwzieken. Tot diep in de nacht bespraken de hulpaalmoezienier en de veldprediker de plannen voor de volgende dag, maakte hun aantekeningen over wat voorbij was. Op 13 mei werd een bezoek gebracht aan de gewonden in het Rode Kruis Ziekenhuis, het vliegveld Ypenburg en Delft maar eenmaal terug lag er weer werk te wachten want het kantonnementshospitaal kon weer worden ondergebracht en dus worden verplaatst. Na een mis in de open lucht op 14 mei begaf de hulpaalmoezenier zich naar het hulpvliegveld. Toen hij hier aankwam, ontbrandde de kanonnen en floten de granaten over Ockenburg. Hij zocht dekking achter de bomen en in de greppels maar had direct in de gaten dat het vuur niet op de Nederlandse stellingen gericht was en spoedde zich toen naar zijn mannen. Nadat hij zijn geestelijke dienstwerk op en bij het hulpvliegveld verricht had, keerde hij terug naar het Kantonnementshospitaal in Loosduinen. Daar werkten de doktoren en de hospitaalsoldaten om het geheel zo doelmatig in te richten voor het opnemen van de vele gewonden. Tussendoor bezocht men ook de Grenadiers van het III-Bataljon in de Jacob Mosselstraat in het Bezuidenhoutkwartier. Om ongeveer 14:30 reed men terug naar Loosduinen en op de plaats van bestemming werd hen verzocht de begrafenisplechtigheden te verrichten bij begrafenis van enige gesneuvelde Grenadiers en Jagers. Deze kistloze begrafenis vond plaats achter de Sint Petrusschool bij de Rooms Katholieke Kerk. Tegen 19:00 uur werd medegedeeld dat de Vesting Holland gecapituleerd had.
This site was last modified on 06/09/2017 at 19:33. (c) Vliegveld-Ockenburg 2001-2017