Vliegveld Ockenburg

Vliegveld in de Westduinen

Opvallend is dat de Haagse gemeenteraad in de raadsvergadering van 14 april 1919 al een voorstel behandelde tot de aankoop van een terrein in de Westduinen en een gedeelte van deze grond te bestemmen voor de aanleg van een vliegveld en dus nog ruim voordat werd gesproken over de opzet van een vliegveld op Ockenburg. In de raadsvergadering had de wethouder Jurriaan Kok bij de behandeling van het voorstel tot de aankoop van terreinen in de Westduinen medegedeeld, dat het in de bedoeling lag een gedeelte van deze gronden te bestemmen voor de aanleg van een vliegveld. Daar de gemeenteraad het desbetreffende voorstel had aangenomen, was de gemeente Den Haag thans in het bezit van een complex gronden, die uitermate geschikt waren voor de aanleg van een vliegveld.

Het college van Burgemeester en Wethouders was van het plan de grootte van de voor het vliegveld bestemde terreinen te bepalen op een miljoen vierkante meters. Het veld was gelegen ten westen van de Bosjes van Poot en had ook het grote voordeel dat het met betrekkelijk weinig kosten in orde was te maken. De Bosjes van Poot zijn genoemd naar de jachtopziener Willem Poot (1857-1932), die in dienst was van groothertogin Elisabeth van Saksen-Weimar, een kleindochter van koning Willem II, die in het begin van de twintigste eeuw de scepter zwaaide in dit duingebied. In tegenstelling met een in polderland gelegen terrein, dat vele bewerkingen moet ondergaan voor het geschikt is, als opspuitingen en dergelijke (wat voor een dergelijk groot veld alleen reeds over enkele miljoenen gulden had gekost) zou men bij deze op geestgrond gelegen terreinen kunnen volstaan met demping van enkele beekjes en greppels en zoveel mogelijk gelijkmaken van de grond.

Waar, naar het oordeel van deskundigen nog enige tijd zou verlopen alvorens gerekend kon worden op de totstandkoming van de luchtverbindingen op Engeland, Duitsland en België, zou vermoedelijk met de werkzaamheden eerst in het najaar van 1919 een aanvang worden gemaakt; men hoopte op die wijze eveneens te voorzien in de werkloosheid. In ieder geval had het Haagse gemeentebestuur blijken gegeven het buitengewone belang van een geschikt vliegterrein voor een stad als Den Haag te begrijpen. Een dag na de raadsvergadering werd in de media gemeld dat de wethouder van publieke werken had medegedeeld dat plannen in voorbereiding waren om een vliegveld van 40 hectare groot in de Westduinen in te richten.

In december 1919 dienden Burgemeester en Wethouders bij de gemeenteraad van de gemeente Den Haag een voorstel in om aan de Koninklijke Luchtvaartmaatschappij een terrein in de Westduinen in erfpacht af te staan voor de vestiging van een vliegveld voor leerling-vliegers. In dezelfde maand slaagt Albert Plesman erin een tijdelijk vliegveld achter sportterrein Houtrust aan te leggen. Het terrein (van 500 bij 370 meter) was hard en egaal genoeg om direct te worden gebruikt. Het vliegveld was in de zomermaanden van 1920 in gebruik voor demonstratievluchten en korte passagiersvluchten. Uiteindelijk wordt de grond gebruikt voor aanleg van de Vogelwijk. Van het werkelijke plan komt uiteindelijk niets terecht omdat dit geen goed veld in de Westduinen zou hebben opgeleverd en deze bouwgrond teloor zou zijn gegaan.

This site was last modified on 06/09/2017 at 19:33. (c) Vliegveld-Ockenburg 2001-2017